Tips · training · materiaal

Goed voorbereid aan de start

Een dag lang lopen en fietsen over het strand vraagt een plan: conditie, wisseltactiek, voeding en materiaal. Dit is wat 16 edities ons hebben geleerd.

Online clinic

Woensdag 5 november, 19:30

Anderhalf uur tips over training, tactiek en materiaal, met ruimte voor vragen. Gemist? De opname blijft beschikbaar.

Clinic terugkijken

Trainen

Hele challenge: marathonconditie · halve: halve marathon

Train zoals in de wedstrijd

Train regelmatig met je buddy, bij voorkeur op het strand. Probeer wisselstrategieën uit en kleed je zoals je op de fiets zit. Ga ook eens in het donker op pad — de eerste uren van de Challenge moet je elkaar en de route zonder daglicht kunnen vinden.

Wissels oefenen

Zet thuis een circuit uit met afwisselende loop- en fietsrondjes. Zorg voor een paar lange trainingen van vier tot zes uur met flink wat wissels. Na een kilometer of 45 is de souplesse eruit — vooral het opnieuw beginnen met lopen valt dan tegen.

Hardlopen

Voor de hele Challenge wil je duurlopen van minimaal 30 kilometer in de benen hebben. Snelheid is minder relevant: de eerste uren loop je met de handrem erop. Te hard vertrekken betaal je later met veel tijdverlies terug.

Fietsen

Met wind mee is fietsen geen zware klus, maar je zit er minimaal vijf uur op. Bij vloed wordt het anders: dan moet je het mulle zand op en werkt de fietser soms harder dan de loper. Dan komt er ook geen rust en herstel meer bij.

Tijdens de race

Wisseltactiek

In de praktijk blijkt een aflossing van vijf kilometer optimaal: hoog genoeg tempo, en het einde is altijd in zicht. Kortere wissels voelen na de tiende keer zwaar, langere laten het tempo zakken en de fietser afkoelen.

Praktisch: de fietser rijdt 500 meter vooruit, legt de fiets neer, doet rugzak en overkleding uit en staat klaar om te lopen. Zo gaat er geen looptijd verloren.

Eb en vloed

Met vloed wordt het ploeteren. Op sommige plekken — Ter Heijde (Zandmotor) en Camperduin (Hondsbossche Zeewering) — is het strand ongeacht het getij mul en zoekt de fietser beter zijn weg door de duinen. Spreek dan af waar je elkaar terugvindt, en neem allebei je telefoon mee.

Eten en drinken

Neem je eigen sportvoeding mee en test die in je trainingen: staat de smaak je tegen, dan eet en drink je te weinig. Wissel zoet af met iets zouts. Op de fiets heb je tijd om bij te tanken — dwing jezelf dat ook te doen.

BananenSportdrankWaterColaLiga

Vooraf: koolhydraten laden, maar sta niet tonnetje-rond aan de start. Na de finish staat de traditionele snert klaar.

Materiaal

Fiets

Strandbanden op 1,8 bar

Één mountainbike per team, in goede staat — onderweg is er geen technische ondersteuning. Strandbanden op ongeveer 1,8 bar voorkomen wegzakken in mul zand. Zorg dat beide teamleden comfortabel zitten; bij groot lengteverschil een snelversteller op de zadelpen.

Reserve mee: twee binnenbanden, bandenlichters, plakset, pomp en inbussleutels. Een fietscomputer helpt bij het plannen van je wissels.

Verlichting

Licht voor en achter, plus hoofdlamp

De eerste drie uur zijn donker, en wie er langer dan twaalf uur over doet finisht ook in het donker. LED-verlichting met verse batterijen: helder wit voor, rood achter. Iedere deelnemer een serieuze hoofdlamp — geen exemplaar uit de bouwmarkt.

Rugzak

Wat gaat er mee

  • Handschoenen en muts
  • Hardlooptight
  • Twee loopshirts en twee ondershirts
  • Extra ondergoed
  • Per team: waterdichte jas en overbroek met lange zijritsen

De fietser draagt de rugzak — of gebruik fietstassen. Een stuurtas houdt eten en drinken binnen bereik.

Communicatie

Twee telefoons, twee mensen

Ieder teamlid heeft zijn eigen telefoon bij zich, ook tijdens het lopen. Zet het noodnummer van de organisatie erin en gebruik de nummers die je bij de inschrijving hebt opgegeven. Veelgemaakte fout: beide telefoons in de rugzak — dan kun je elkaar niet bereiken.